Klik hier voor de route



Partners

Stichting steun en opbouw Gambia
Gemeente Goes
Funds For Hope
Ntoma Orphanage
Cornel Ngaleku Children's Centre
Nelson Mandela Foundation
Wellspring Africa


Sponsors

Franc Kruitbosch Reclame
Glope Events
Frantzen en Van Sisseren
Jeremiasse
Be You Events
DPS International
Groen Advies
Den Boer Communicatie
Jesfa
De Kok Bouwgroep
Ugefa Imperial
Pelma Keukens
't Hekkenhuis
Profile Tyre Centre
Velde Auto's
Tabularis
Autobedrijf Saco Wientjes
Riedam Heinkenszand BV
Strandhotel Scheveningen
Van Nederkassel bv
Auto Import Zeeland
Schuttelaar & Partners
Lukasse Dakdekking, Goes
OBS de Linde
Prinsentuin College
Storrytelling Company bv

Pasfotoauto.nl

De Stichting Holland Water Goes Africa zal op deze website regelmatig een update geven over de voortgang van het project.
Mocht u meer achtergrondinformatie willen hebben over de stichting of het project, dan verwijzen wij u graag door naar www.HollandWaterGoesAfrica.com


9 augustus 2010, This is Africa

Het was begin juli in Zuid-Afrika. Floris heeft na veel papierenrompslomp de pasfotoauto weer in zijn bezit en voor hem ligt de lange weg naar Kenia, waar hij de volgende waterput gaat slaan. Om hem gedurende deze reis te vergezellen, ben ik half juli ingevlogen op Maputo (Mozambique). Bij aankomst waan ik mij direct in een andere wereld. Voor het eerst in mijn leven ben ik met mijn huidskleur in de minderheid en een opvallende verschijning met die sproetjes. Ik ben een echte toubab! En daar schrikken sommige mannen van. Tijdens het rijden stoppen we ergens en de man aan wie ik de weg vraag schrikt zo erg van mij dat hij gillend weg rent. Floris komt niet meer bij van het lachen, daar zit je dan met je goede gedrag, niet begrijpend wat er net is gebeurd. “Dit is me nog nooit overkomen” zeg ik beteuterd.

Nadat een dag later mijn bagage ook is aangekomen, rijden we langs de kust richting het noorden. Onderweg overnachten we op eenvoudige campings. Deze zijn te bereiken over zandweggetjes die ons langs kleine nederzettingen voeren. Waar we ook komen, overal zijn kinderen die hun handje ophouden en roepen: “Sweety, give me money”. In plaats van geld te geven, blazen we ballonnen op en laten ze buiten de auto los. Kinderen rennen er op af en zelfs volwassenen lopen lachend achter de ballonnen aan. Van zo iets simpels krijg ook ik een grote glimlach op mijn gezicht. We passeren vele dorpjes, bestaande uit een paar huizen en soms een politiepost. Zo’n controlepost wordt nergens aangegeven, vaak moet je plotseling heel hard remmen om de slagboom niet te raken. Van achter een boom of vanuit een huis verderop komt een agent tevoorschijn. We worden standaard tot stilstand gemaand, puur door nieuwsgierigheid. Na een vriendelijke groet of een kort gesprek kunnen we weer verder. Het is niet overdreven, maar overal waar we zijn komen mensen op ons af. Ze worden enthousiast van ons verhaal! Een verhaal dat Floris al honderden keren heeft verteld, maar nog steeds vol geduld, overtuiging en humor kan vertellen. Mannen vinden het stoer en zijn benieuwd naar onze methode van boren. Vrouwen zijn gevleid door de ontwapende charmes van Floris en giechelen wat af, maar hem benaderen vinden ze wel een beetje eng. Ze blijven op de achtergrond en stellen de vragen aan mij. Het is leuk om te zien hoe de mensen op ons reageren. Vooral de auto trekt veel bekijks. Vingers glijden over de auto, er wordt gelachen om sommige foto’s en ze zijn allemaal op zoek naar landgenoten of andere Afrikanen.

We rijden dagen achter elkaar en twijfelen of we een rustdag zullen inlassen. Die avond belanden we onverwachts in de plaatselijke, maar vooral aftandse reggae-bar waar de toiletten te vies voor woorden zijn. We worden in eerste instantie vreemd aangekeken, want blanken komen daar niet. Maar wanneer Floris de dansvloer op gaat en ik samen met een dronken man de luchtgitaar bespeel, is het ijs snel gebroken. Het werd een bijzonder leuke nacht, waar we met de locals hebben gedanst, getrommeld en gedronken.

Een kater en ingelaste rustdag later, hervatten we onze tocht. Niet wetende dat we 3 helse dagen tegemoet gaan. Wat zo mooi begon, veranderde in een situatie waarin we liever niet terecht komen. De auto begint kuren te krijgen. Ons doel is om zo snel mogelijk in Blantyre (Malawi) te komen. Daar zullen we de auto naar een garage brengen in de hoop dat ze daar wel Engels spreken. Om in deze grote stad te komen, hebben we 3 mogelijke routes. Eén valt al snel af omdat de brug kapot is. Dat betekent dat we een route moeten nemen over alleen maar onverharde wegen. Naarmate de reis vordert, hoe slechter het met de auto gaat. Het lawaai wordt steeds erger. Verschillende versnellingen doen het niet meer en soms begint het dashboard zo hard te trillen dat we het idee krijgen dat het elk moment gebeurd kan zijn. Tot overmaat van ramp is de tweede brug ook afgesloten en moeten we twee uur terugrijden naar de laatste splitsing. Daar aangekomen, komen we toevallig een man tegen die de hele omgeving in kaart aan het brengen is. Hij neemt ons mee naar zijn huis waar hij uitgebreid onze route uitstippelt en ons verzekerd dat we geen heuvel tegen gaan komen. Goed gemutst en vol vertrouwen gaan we verder. Maar al snel verandert het landschap en voor we het weten rijden we de bergen in. Alles loopt van kwaad tot erger. Elke heuvel is een grote opgave voor de auto. Floris kan vaart maken, maar halverwege de heuvel kan de auto alleen maar stapvoets verder. Stukje voor stukje halen we de top. De spanning is heel goed voelbaar. We realiseren ons dat als we hier in the middle of nowhere - waar hulp niet voor handen is – autopech zouden krijgen, dat dit het einde van de stichting zou betekenen. We praten weinig en wat we zeggen proberen we zo luchtig mogelijk te laten klinken. Mijn nagels staan regelmatig in het dashboard en ook mijn rug en nekspieren lijden onder de toenemende spanning. Tot overmaat van ramp wordt het ook nog snel donker en wordt de weg steeds slechter. Maar dappere Floris rijdt door. Allebei gefocust op de weg, zien we de grote klap niet aankomen. Net voor een heuvel ligt een plas en de auto rijdt met volle vaart een diepe kuil in. We maken zo’n harde klap dat tassen die achterin liggen naar voren vliegen! Alles wat vastgebonden in de auto staat verplaatste zich en wij kunnen elkaar alleen maar verschrikt aankijken. Zonder iets te zeggen denken we allebei hetzelfde: dit was het, einde verhaal… Maar onze pasfotoauto laat zich niet uit het veld slaan. In de eerste versnelling gaan we de helling op, centimeter voor centimeter. Duizend schietgebedjes later staan we op de top! Na een korte check rijden we verder, maar bij elke helling krijgt de auto het steeds zwaarder. Rond middernacht komen we - zwaar vermoeid – eindelijk aan bij de grens. Hier parkeren we de auto langs de weg en vallen al snel in slaap.

Vroeg in de ochtend worden we bruut gewekt door twee langs denderende en claxonerende vrachtwagens. We vervolgen onze ‘tour terrible’ langs de grens en gaan op weg naar Blantyre. Doordat de auto zo toegetakeld is rijden we op sommige stukken maar 20 kilometer per uur. Tot grote hilariteit van een neger op een wielrennerfiets. In de zijspiegel zie je de man met een grote grijns de auto naderen en ons met een nog grotere grijns passeren. Dit herhaald zich een aantal keer omdat we heuvel op en af gaan. Veel gesputter, moeilijke momenten en drie politieposten later, rijden we eindelijk het terrein op van de Toyota dealer. Spontaan springen twee schroeven onder de auto uit. We beseffen direct hoeveel geluk we hebben. De versnellingsbak wordt onder handen genomen en 6 uur later staan we weer buiten. Maar het echte probleem is niet verholpen en met groot kabaal rijden we stapvoets en teleurgesteld de stad uit. Onze laatste hoop is gevestigd op een kleine garage langs de weg. Helaas is deze al gesloten. De auto kan niet meer vooruit rijden, dus Floris heeft de dag erna het stuk naar de garage in zijn achteruit moeten rijden. Een hele dag zijn ze met de auto bezig. Uiteindelijk is het een combinatie van mankementen. De achteras, de vering en de 4 wheel drive zijn kapot. Dit geintje zou ons ruim €2.000,- hebben gekost, maar deze garage is bereid hun diensten om te zetten in ruilmateriaal. Op een wel heel leuke manier weet Floris de garage-eigenaar te overladen met cadeaus. Jerrycans, gereedschap, een tent, een luchtbed, een pomp en nog veel meer spulletjes worden aan de steeds blijere eigenaar gegeven.

Na deze hectische dagen kunnen we onze weg vervolgen in een auto die beter rijdt dan ooit tevoren. We komen Artsen zonder Grenzen tegen. Ze zijn razend enthousiast als we in het kort onze stichting toelichten. Ze maken foto’s en met de duimen in de lucht nemen we afscheid van elkaar. Het landschap verandert. Vanuit een bosrijk en bergachtig gebied rijden we langzaam het droge landschap in van de bijzonder fraaie baobab bomen met hun wortelachtige kruinen. En van het kale steppeachtige gebied rijden we weer door bossen die vol rubberbomen staan. In dit gebied verkopen alle vrouwen en kinderen stuiterballen, mannen hangen wat rond en doen niets. Dit zien we wel vaker. In het ene dorp zitten vijftien vrouwen op een rijtje achter een emmer vol aardappels en in een dorp verder hetzelfde verhaal, maar daar verkopen ze alleen sinaasappels. Of een dorp dat alleen maar ledikanten verkoopt… Wat denken die mensen? Goh, dat is een leuke bezigheid, laten we dat met het hele dorp gaan uitvoeren? Variatie of originaliteit kennen ze niet. Als ze variatie zouden toepassen dan kunnen ze misschien wel tijd besparen en dus geld verdienen. Of denk ik nu te westers? Ik begrijp dat de kennis vaak ook ontbreekt, maar is er dan niemand in zo’n dorp die inziet wat voor een mogelijkheden ze eigenlijk hebben? Dat kennis verwerven ook een bepaalde rijkdom met zich meebrengt?

Twee dagen later rijden we Tanzania binnen. Grensplaatsen zijn in het algemeen nooit leuk om te vertoeven. Het is raar volk wat daar rondloopt. We worden aangesproken door 2 ‘doodgravers’ die ons een autoverzekering willen verkopen. We stemmen toe om dat bij hen te regelen, maar eerst moeten we de douaneformaliteiten afhandelen. Voor het eerst betalen we een immens bedrag voor een visum. Vreemd genoeg in dollars. Goed bedoeld geven wij de tip om het voortaan in euro’s te vragen – het is per slot van rekening een stabielere valuta – maar dat werd niet geapprecieerd. Om nog maar eens aan te geven wie het hier voor het zeggen heeft accepteren ze mijn 5 dollar biljet niet. Deze komt uit 2004. Ja, dus? Een dollar is een dollar. Maar ze blijven moeilijk doen en uiteindelijk wisselen we het biljet met een gehaaid mannetje die er nog iets aan verdient ook. Wat een rot mentaliteit! Ik zit me van binnen op te vreten, maar ja wat bereik je er mee? Helemaal niets! Niet alleen bij de grens, maar ook in dorpen komen we dezelfde mentaliteit tegen. Ze helpen je niet voor niets. We hebben een lekke band en omdat er in geen enkel dorp elektriciteit is, wordt de oude vertrouwde fietspomp er bijgehaald. Bij elk dorp laten we de band oppompen en herhaaldelijk wordt er geld gevraagd. Daar doen wij niet aan mee. Het is ruilen of huilen! Maar het valt op dat de mensen in Tanzania gehaaider zijn. Ze zijn lang niet zo vriendelijk als de bevolking in de afgelegen gebieden. Daar waar geen enkele NGO zit of waar geen toerist komt zijn de mensen puur en reageren ze veel meer uit het hart.

We rijden door de prachtige natuur en op eens zie ik rechts van mij iets bewegen. Ik schreeuw naar Floris: “Stop! Stoppen!! Terug, terug, terug!” Floris vraagt verschrikt wat er aan de hand is. Opgewonden zeg ik dat er giraffen staan. “Als je zo door blijft gillen, dan staan ze er niet meer!” snauwt Floris naar mij als hij de auto in de achteruit zet. Maar gelukkig, ze staan er nog, maar met gespitste oren. Vijf prachtige giraffen staan naar ons te kijken en wij naar hen. En met sierlijke passen lopen ze uiteindelijk verder. Ik ben er stil van geworden. We passeren weer een aantal dorpjes als we op zoek zijn naar een camping. Nergens vinden we een veilige plek om de nacht door te brengen. Bij het vallen van de schemering besluiten we om wild te gaan kamperen. Ach, doe eens gek moeten we gedacht hebben, toen ik het gehakt aan het braden was en Floris de daktent opzette. Daar staan we dan, midden in een natuurgebied tussen de wilde dieren…. De avond valt snel en Floris is continu met zijn zaklantaarn de omgeving aan het afschijnen om indringers af te schrikken. Hij vraagt mij hetzelfde te doen als hij hout gaat halen... “Wat??! Je gaat toch nu niet in het donker hout zoeken? Dat vuurtje brand nog wel 2 uur toch? Moet je echt meer hout halen? Je laat me nu niet alleen hoor! Ben je gek geworden! Straks word je aangevallen door wilde dieren! En het is ook nog eens volle maan!” Geschrokken schijn ik de omgeving af. We horen geritsel en op eens zie ik verderop iets bewegen! “Floris…” fluister ik zacht “ik zie daar iets zitten”. Mijn hart zit in mijn keel. Floris schijnt naar dezelfde plek. Het lijkt wel een sigarettenpeuk die oplicht. We denken even dat er een bosneger staat en lachen een beetje zenuwachtig om onze eigen grap. Maar het beweegt en gaat langzaam omhoog. Opgelucht halen we adem als we zien dat het om een vuurvliegje gaat. Toch steekt Floris voor de zekerheid vuurwerk af. Het eten is klaar, allebei zitten we wat ongemakkelijk het gehakt met ketchup te eten. We schijnen continu rond, zingen een liedje van Frans Bauer in de hoop dat het de dieren afschrikt. Instinctief voelen we allebei aan dat we in de gaten gehouden worden. De krakende geluiden verplaatsen zich om ons heen. We besluiten veilig in de auto te gaan zitten en daar zijn we niet meer uitgekomen tot de volgende morgen.

Dagenlang rijden we over onverharde wegen met afgrijselijke hobbels. De zogenaamde African humpway zijn we spuugzat en kussen bijna de weg als deze overgaat in asfalt! Maar wat schetst onze verbazing? Waarom liggen er drempels net voordat je een steile helling op moet rijden? Waarom staan er 10 tankstations vlak achter elkaar? Waarom is de kilometer afstand zo verschillend van elkaar? Afrikaanse logica? Of doen ze maar wat? Al linksrijdend naderen we Dar es Salaam. Ik baan me een weg door de chaotische stad, waar 2-baans vanzelfsprekend als 4-baans wordt gebruikt. Waar iedereen zijn eigen verkeersregels heeft en waar de weg opeens weg is. Ik rijd door een menigte van mensen die van alles wil verkopen. Een fietser met een 2 meter hoge toren van eieren achterop slingert door het toeterende verkeer. Het is gekkenhuis en het zweet staat me letterlijk op de rug. Ik moet enorm wennen aan de drukte en ik ben blij dat we een afgelegen plek vinden waar we de laatste dagen voor mijn vertrek doorbrengen.

De reis heeft me veel laten zien en geleerd. Ik begin Afrika te begrijpen. Door het zelf te mogen ervaren roept het vele vragen in mij op. Zijn wij wel goed bezig? Is het de Westerse wereld niet die de ontwikkeling tegenhoudt? Ik ben overtuigd dat onze stichting goed bezig is, net als de microkredieten die in de landen als kleine paddenstoelen omhoog schieten. Het is eigenlijk zo simpel. Je leert de mensen hun eigen boontjes te doppen, je begeleidt ze daarin zodat ze het vervolgens zelf kunnen doen en je laat ze los. Dit is de enige methode – naar mijn mening – die Afrika zal helpen om zelfstandig te worden. Blijven we geven zonder dat ze er zelf iets voor moeten doen, dan zal het altijd een derde wereld blijven.

Groet,
Marleen (Secretaris van de stichting Holland Water Goes Africa)


5 juli 2010

Hier zijn we dan weer, ditmaal vanuit Cotonou in Benin !

We hebben weer een fantastisch stuk gereden en hebben het nodige avontuur weer meegemaakt!

Laat ik beginnen met ons verblijf en vertrek uit Mali.
Na enige dagen zijn wij bijgekomen van het ziek zijn en zijnde toerist gaan uithangen. Meteen maar een gids/tolk die voor ons hotel rond hing in de arm genomen,  zijn naam was Momo en hij sprak matig Engels maar wij begrepen elkaar prima. Wij zijn toen lekker lopend door de hoofdstad Bamako heen gelopen en hebben het echte Bamako gezien,  veel achteraf straatjes gezien en hebben met leuke mensen gebabbeld en goed gegeten, voor prijzen waar we in Nederland jaloers op zijn. Toen we in een van de straatjes een groente tuin tegen kwamen ging Lydia’s hart sneller kloppen (Ze is tuinarchitect.)  Ze pakte direct haar camera en vroeg aan Momo of ze wat foto’s van de plantjes kon maken, natuurlijk mevrouw Jappanese ( zo noemde Momo haar!). Waarop Lydia “los” ging en er vrolijk op losschoot. Tot dat ze bij een kropje sla terecht kwam! Ze ging er eens goed voor staan en zette het “mooie” kropje sla op de beeldplaat. And now all hell broke loose !!!!!!!!!!!   Een stuk verderop stond de eigenaar/boer van het desbetreffende kropje sla. De boer ( een stevige knaap) pakte snel zijn hakbijl en zette het op een sprinten richting Lydia. Momo en ik stonden te kijken en konden beiden niet geloven dat het om het desbetreffende kropje sla ging en dachten dat er ergens iets anders aan de hand was. Maar toen de boer steeds maar richting Lydia bleef rennen begrepen we dat wij snel tussen beide moesten komen. De boer, nu hevig schreeuwend, was niet blij dat Lydia er een foto van had gemaakt! Nu sla ik even een klein stukje over, laat ik het zo zeggen Momo en ik hebben hem er van overtuigd dat het niet slim is om zo met dames om te gaan! Momo was nog bozer dan ik en heeft de boer ook even duidelijk gemaakt dat dit niet goed is voor het bevorderen van de toerisme en dus ook niet goed voor Momo’s broodwinning en dat van alle andere mensen in Mali.

Na deze korte maar hevige ontmoeting met een van de locals,  begreep Lydia dat er ook mensen zijn in Afrika die ons niet zo aardig vinden, deze mensen hebben het nog steeds een beetje moeilijk met het verleden, cq de koloniale tijd. Ook werd er duidelijk dat wij ons nu niet meer in een van de  toeristische landen bevonden en dat wij ons nu een klein beetje meer moesten aanpassen en iets meer op onze hoede moeten zijn! (Wij rijden tenslotte niet met een groep. )

Een paar dagen later zijn wij  ‘s ochtends vroeg i.v.m.  de hitte vertrokken richting Burkina -Faso. De grenzen waren geen probleem, maar toen we net Burkina-Faso binnen reden barstte het regenseizoen echt los.  Het was inmiddels tegen de avond en het schemerde al aardig, met nog zo’n 70km verwijderd van het eerste stadje waar wij dachten te gaan overnachten. Rijdend over een zand pad met veel kuilen en hobbels zaten wij precies in de “middle of nowhere” toen het zo hevig begon te regenen dat onze ruiten wissers het niet meer aankonden en er nog maar 1 a 2 meter zicht was! Dan maar een stukje hogere grond opzoeken om daar de auto te parkeren en de bui af te wachten. Zo ver kwam het echter niet, enkele meters verder stonden wij ineens in een heftige stromende, spontaan ontstane rivier! Wij stonden er midden in en zaten zo vast als een huis. Het waterpeil rees snel en daar zit je dan in je terreinwagen tussen de visjes. Echte zorgen maakten wij ons niet, wij zaten tenslotte in een Toyota LandCruiser  met een gewicht van 2 ton en nog 1 ton aan bagage.  Er was een probleem; hoe komen wij hier uit???

Wij zaten op een grote open vlakte, geen boom in de buurt om onze lier aan te bevestigen (een anker plaatsen zou weinig zin hebben in de drassige grond !) en de super krik had op dat moment ook weinig zin aangezien het water te hard stroomde en het bovendien om ons heen ook zeer heftig onweerde (wij waren het hoogste punt op de vlakte en in de rivier!)

Wat doe je dan in zo’n geval : Je neemt eerst een stevige borrel, het kan tenslotte je laatste zijn, en dan roep je de wegenwacht ! De wegenwacht was in dit geval een jonge gozer die toevallig voorbij kwam op zijn fietsje en ook op zoek was naar een plaatsje om te schuilen. Eerst hebben we het met z’n drietjes geprobeerd, maar wij kwamen er al snel achter dat er of heel veel mensen nodig waren, een vrachtwagen of een hijskraan (Waar zijn ze als je ze nodig hebt?!)

Dus een paar uur later, inmiddels diep in de nacht, kwam er een heel bataljon aan jonge knapen van uit het niets te voorschijn. Deze jongens waren opgetrommeld uit de omliggende dorpjes om ons te komen helpen. Na kort overleg was de terreinwagen binnen een paar minuutjes weer op het droge. Het kostte de jongens wel de nodige kracht, ik hoefde alleen maar mijn rechtervoet te gebruiken, want toen de wagen weer grip kreeg was het snel bye bye water.

Op advies en onder begeleiding van een brommertje zijn wij in het dichtstbijzijnde nederzettinkje gaan “slapen”. Van slapen kwam het niet echt, want alle kinderen vonden ons en de wagen veel te interessant!!

De volgende dag waren Lydia en ik erg moe van het niet slapen en het rijden. Toen wij ‘s middags de hoofdstad Ouagadougou binnenreden en wij tot de ontdekking kwamen dat er geen camping was, besloten wij om een goedkoop hotelletje te gaan opzoeken voor een goede nachtrust. Lydia spotte al snel een groot neon reclamebord, met daar op de tekst : Hotel London. Het was er rustig aan de balie en kregen een vriendelijk ontvangst.  Ook was de prijs  super goed,  2 tientjes voor een nachtje slapen. Dus doen!!!! Eenmaal op de kamer gekomen bleek het de grootste hoerenkast van de stad te zijn met spiegels rondom het bed.. ( ‘s avonds werd de hele tent roze van alle lampjes!) 

De dagen hierna zijn wij richting Benin gereden, bij de grens tussen Burkina-Faso en Benin in een fantastisch natuurpark gekampeerd, waar wij ook een kudde olifanten gezien hebben! De grens oversteken was geen probleem, al bleek dat het visum  maar 48 uur geldig was.  Het was een flinke tocht naar Cotonou, met een flinke omweg aangezien er maar een enkelbaans bruggetje over een rivier was en iedereen in Benin hier overheen rijd, waardoor er enorme opstoppingen waren. Op advies van een locale hulp organisatie  (die wij overigens ook over onze boorwijze hebben verteld, waar zij zeer in geïnteresseerd waren, (wij houden contact!)) hebben wij een andere, maar goede weg genomen. ‘S nachts kwamen wij in de havenplaats Cotonou aan.

De dagen hierna zijn we druk bezig geweest met het regelen van een container en een shippingcompany . We gaan de wagen nu naar Durban Zuid-Afrika verschepen, dit i.v.m. de onveilige situatie in Nigeria en in Kongo. ( we willen tenslotte wel heelhuids thuis komen en al onze spullen doneren aan een van de stichtingen waar voor wij een waterput boren.) Het is gelukt, nu is het wachten tot het schip arriveert.  Lydia is vorige week weer naar huis toe gevlogen. In Zuid-Afrika komt er een volgende persoon van de stichting, het zal zoals het er nu uit ziet Marleen of Gideon worden.  Hierbij wil ik  Lydia en haar familie even bedanken voor alle goede zorgen,  dit namens mijzelf en iedereen van de stichting, maar ook namens alle mensen die nu de beschikking hebben over schoon water en de kennis hebben om het in het vervolg ook zelf te kunnen doen.

Familie Voorbraak thanks !!!!

Daarnaast wil ik even ‘T  Hekkenhuis bedanken voor de super geplaatste bull-bar, we hebben hem al nodig gehad !!! De bull-bar staat echt goed stevig en onder een goede hoek naar voren geplaatst, ( bull-bar hoort iets naar voren gekantelt te worden geplaatst , dit zo dat het “kadaver” onder je auto terecht komt en niet in je auto !!!)

Nu even enkele feitjes, tijdens deze tocht zijn we al  in vele kleine dorpjes/ nederzettinkjes geweest maar wij zijn nog geen enkele keer een wagen of persoon van het zij United Nations , Unicef, of een andere grote organisatie tegen gekomen. Zijn de statistieken dan toch correct en spenderen deze organisaties dan ook echt 96% op kantoor door en slechts 4% in het veld, het lijkt er dus wel op!! ( zou dit niet andersom moeten zijn ???) Tevens zien wij dat deze clubs in de duurste en nieuwste wagens rond rijden  met vaak de duurste en beste accessoires er op. Waarom hebben zij dit nodig, als zij toch alleen maar in de grote steden blijven met gewoon asfalt ??? ( voor mij een grote vraag, voor u een weet ?) Onze gids hier in Benin ( Francis) vertelde ook nog wat leuks; als je deze organisaties zoekt; dan zitten ze in het duurste hotel van de stad ! ( dit klopt aan gezien zij hier in Cotonou in het Sheraton Benin verblijven en vergaderen, kosten 250 Euro per nacht !!!!!) Dan heb ik nu ook nog een vraag aan u allen; Nederland doneerde vorig jaar 4,6 miljard euro aan ontwikkelings hulp ( dit jaar 4,7 miljard !). Nu zien we overal tijdens deze tocht dat vele wegen en soms enkele protserige gebouwen , gedoneerd zijn door de europese unie. ( bovendien is dit allen slecht gedaan!) Hoeveel heeft Nederland hier ook nog aan bijgedragen ?????? Het lijkt mij er dus sterk op dat er zeker niet effectief en zorgvuldig met onze belasting centjes wordt om gegaan. Ik hou u hier over op de hoogte.
Damens en heren, door dat we de wagen nu in een container shippen naar Durban komen we voor op schema te liggen, ik denk dat er maar weinig mensen zijn die dit in Afrika kunnen zeggen !!! We zijn hier om samen met de bevolking waterputten te slaan cq boren en niet om de hele dag de toerist uit te hangen.

Groeten van Floris van uit Cotonou Benin

Aanvulling: Ondertussen zit Floris in Durban te wachten tot de boot aankomt met de auto erop.


1 juni 2010 - Mister Flo en de plons!

Gambia! Een land waar het altijd 30 graden is en waar in mei de schaarse geasfalteerde wegen grijsgeel kleuren door de opwaaiende fijnkorrelige aarde die ze doorkruisen. Een plek op de wereld waar vrouwen zich ondanks een lege portemonai trots kleden in wild kleurige gewaden en waar inwoners zich wenden tot heilige krokodillenputten die vrouwen, mannen en het land vruchtbaar zouden maken. Door dat land rijdt in een woeste terreinwagen vol pasfoto’s een diep zongebruinde man met een brede grijns en stoffige haren: Mister Flo!

Of Floris nu in zijn auto op weg is naar het plaatsje Banjelunding of in een compound in Kartong door smalle scheve straatjes loopt, overal wordt hij enthousiast nageroepen en toegezwaaid. Iedereen wil hem de hand schudden of een praatje maken. Kinderen en volwassen lopen met hun vingers langs de honderden foto’s met de veelal blanke gezichten die ze recht in de ogen aankijken. Het nieuws gaat hier nog ouderwets van mond-tot-mond. Iedereen weet het of komt het te weten: mister Flo is de ‘waterman’.

Met een jongensachtige flair, Zeeuws doorzettingsvermogen en handige overredingskracht heeft Floris in een paar weken tijd voldoende mensen gemobiliseerd die zich samen verantwoordelijk maakten voor een boren van de eerste waterput van de stichting. De jongens die meewerkten zaten elke ochtend al op Floris te wachten om het werk van die dag te kunnen beginnen. Een prestatie op zich in een land waar mensen elkaar vaak niet vertrouwen en waar regelmatig werken niet zo gewoon wordt gevonden als in Nederland. Terwijl ik mannen ontmoet die me fier de blaren op hun handen laten zien, stel ik me voor hoe op het dorre kale terrein van het ziekenhuis straks bananenbomen en andere gewassen zullen groeien. De mangobomen staan er al en op een klein deel van het terrein wordt geexperimenteerd met een groente- en fruittuin. De bananen smaken zoeter en verser dan ik ooit bananen heb geproefd.

Terwijl ik dit schrijf, heeft de terreinwagen Gambia verlaten. Floris was liever stilletjes vertrokken, maar die kans heeft hij niet gekregen. Als het had gekund, dan hadden ze hem daar voor altijd gehouden; Floris is immers ‘a true Gambian’ geworden. Maar nieuwe avonturen lonken en nieuwe waterputten moeten worden geboord. Het is te hopen dat Langboy en Jacu (zie ook de eerdere weblogverhalen) het werk van Floris zullen voortzetten en meer putten zullen gaan boren. Als de muur om het ziekenhuisterrein is voltooid, het regenseizoen het reservoir aanvult en de waterpomp die in een lokaal winkeltje staat te wachten, is geplaatst, dan zal het water stromen en is het ziekenhuis en de directe omgeving in een belangrijke basisbehoefte voorzien.

Eén ding zal me in elk geval altijd bijblijven. Met Floris, Saskia en wat mensen van het ziekenhuis, staan we voorovergebogen bij de PVC-buis die ongeveer een meter de grond uitsteekt en door een laag muurtje is omheind. De buis is slechts afgedekt met een stuk plastic en wat tape. Het provisorische dekseltje wordt weggehaald en een klein steentje wordt in de buis gegooid. Het duurt een paar seconden, maar dan klinkt het verlossende, bescheiden maar duidelijk herkenbare geluid waar iedereen van gaat stralen...plons!

Nicole
(vriendin van Saskia, zus van Floris, in Gambia van 4 tot 11 mei 2010)


26 mei 2010 - Een update van Lydia

Hallo allemaal,

Het is eigenlijk niet te geloven maar wederom ben ik naar Afrika afgereisd om na het grote succes in Gambia samen met Floris de reis te hervatten naar het volgende project.

We zijn nu 1 week onderweg vanaf Gambia,  ook hier is de natuur schitterend, ongelofelijk hier nu zelf doorheen te mogen rijden, ondanks de armoede die hier heerst. Alles is hier nog onaangetast op een asfaltweg na.( geen horizonvervuiling)  Echt allemaal dorpjes met hutjes uit klei opgetrokken en een dakje van gras. Af en toe zie je een bewoner zijn dak opnieuw dekken. Omdat het gras is en geen riet gaat het waarschijnlijk niet zo lang mee.

Het liefst zou ik telkens in zo’n dorpje overnachten en met deze mensen kennismaken, maar gelukkig is Floris verstandig want het is echt levensgevaarlijk , deze route van Kayes tot Bamako staat bekend om berovingen, bij de grens van Senegal/Mali wordt je op het  hart gedrukt niet te stoppen tot Bamako..

Vreselijk dat Floris ziek werd, het was verontrustend, we hebben alles geprobeerd o.r.s, paracetamol, veel water drinken. Maar het mocht niet baten. Terugrijden vonden we geen optie dus moesten we door, met de eerste veilige honk op 800 km afstand. De wegen werkten de eerste 300 km zeker niet mee, diepe grote gaten over de gehele breedte van de weg, waar we slechts  bijna in stilstand doorheen konden.  Het is echt net op het nippertje geweest , goed dat we in een hotel zijn beland.

Als in een film…stoppen bij een hotel, naar binnen rennen en je reisgenoot overgieten met water om af te koelen. Medicijnen halen uit de dakkoffer vanaf de motorkap, midden in een windhoos.

Tot nu toe zeer spannend, het volgend stuk van de reis zal zeker ook de moeite waard zijn. Het zal tevens ook mijn laatste gedeelte zijn en geef ik de stoel door aan een andere reisgenoot.

Groetjes Lydia.


26 mei 2010 - Een update van Floris

Beste Mensen,

Hier dan eindelijk weer een stukje voor op onze website, we hebben het de laatste weken erg druk gehad. De waterput in banjelunding in Gambia is klaar, de lokale mensen van de Stichting Steun en Opbouw Gambia  zijn nu zelf de pomp verder aan het installeren.

Het laatste gedeelte installeren laten wij bewust over aan de stichting zelf aangezien wij ze niet afhankelijk willen laten zijn van een paar blanken! Het is belangrijk dat ze zelf weten hoe en wat over instellen van de hoogte en diepte van de put, en daardoor de plaats waar zij de deepwell pump hangen. Natuurlijk hebben we wel wat “Back-up” voor ze geregeld , namelijk de jongens die in Gambia hebben meegewerkt, L-boy en Jaku, zij weten precies wat er moet gebeuren indien het de mensen van het ziekenhuis niet lukt.  Ze hoeven dan dus alleen maar even te bellen naar “the Kartong  Boys” !

In de laatste 14 dagen zijn enkele familieleden en goede vrienden langs geweest in Gambia, het was fijn om weer eens bekende Nederlandse gezichten te zien. Uiteraard zijn ze naar het ziekenhuis geweest waar wij de put hebben geboord. Ze vonden het “Fantastisch”  om te zien dat het ons gelukt is, voor ons ook heel goed om te laten zien aangezien de familie ook een grote sponsor is van dit project! Ook waren er mensen vanuit Nederland van de Stichting Steun en Opbouw Gambia,  ze zijn erg blij met de waterpomp,  mijn familie  en ik vonden het gezellig dat zij er ook waren en het resultaat konden bekijken. Lydia is ook in die laatste week in Gambia aangekomen om met mij het volgende gedeelte van de reis te vervolmaken. 

Vlak voor ons vertrek uit Gambia hoorden we in het ziekenhuis dat de President van Gambia een bezoek aan het ziekenhuis zou brengen. Helaas hadden wij geen tijd om op de president te wachten. Uiteraard super leuk voor de mensen van het ziekenhuis, het is toch een blijk van waardering voor het harde werk wat zij daar doen!  In de laatste week hebben wij de auto naar een Nederlandse garage gebracht in Gambia, er zat een klein rammeltje in de wagen en voor de volgende etappe naar Uganda wilde ik toch dat er even naar gekeken was. Had ik dit maar niet gedaan!!!!  Uiteindelijk heb ik hier 600 euro kunnen afrekenen. Later toen wij al in Mali waren bleek dat zij een super slechte job hadden afgeleverd, ze hadden geen olie in de transferbox gedaan, het onderdeel waar het om ging. Gelukkig Is het nu weer gerepareerd door de Toyota expert van Mali, maar toch zonde van de 600 euro die we liever aan water hadden willen spenderen uiteraard. Conclusie: Ga NOOIT naar garage bedrijf BLACK& WHITE in Gambia!

M’n zwager en ik hebben L-boy en Jaku ook nog geholpen met het opzetten van een bedrijfje die ons project voortzetten door het boren van waterputten in Gambia voor diverse goede doelen. De kennis hebben ze nu opgedaan door de eerste waterput te boren samen met mij en nu gaan ze verder voor zichzelf met een klein budget wat ze hebben verdiend met het werken voor onze stichting. Precies zoals wij hadden bedacht in Nederland met het opzetten van de Stichting! Dan is het super om te zien dat het nog uitkomt ook, ondanks dat het NCDO, de subsidieverstrekker hier geen heil in zag!! Zelf zijn  de “Kartung boys” super enthousiast! Ik heb ze aan een paar contracten geholpen, het is nu aan de jongens zelf om dit voort te zetten en het idee te verspreiden over West-Afrika, ja er zijn zelfs plannen van de jongens om dit niet alleen in Gambia te gaan doen maar ook in Guinee. (Ook Gamsolar een Gambiaans bedrijf heeft interesse getoond!) Ze hebben er hard voor gewerkt! Dit komende  jaar krijgen ze het nog heel druk, aangezien L-boy ook weer is gesponsord door de Familie’s  Bol en Korevaar, om weer naar de universiteit te gaan en zijn Master te halen in Business! Mijn dank is groot, hij heeft er zeker de capaciteit voor.  In de tussentijd neemt Jaku de honneurs waar in de “waterdrilling company” en L-boy komt in de weekenden en vakanties helpen!We kunnen dus wel concluderen dat deze techniek van waterboren een groot succes is gebleken in Gambia!!

Inmiddels zijn Lydia en ik doorgereden naar Bamako in Mali, het was weer een spannende tocht! De grens van Senegal is ons dit keer gelukkig gunstig gebleken, waarschijnlijk omdat het een super kleine grensovergang is die we dit keer hebben genomen. De grens met Mali is ook goed gegaan, al duurde deze wel wat langer, aangezien er vele (smokkel) vrachtwagens voor ons stonden. De hitte die dag was echt enorm , namelijk 47,9 Celsius. De colablikjes die achterin de auto lagen en die niet in onze vriezer stonden, knalden van pure ellende uit elkaar.  En bij overmaat van ramp heb ik bij de grensovergang een fles water gedronken die over de datum heen was.. Daar kan je heel ziek van worden, waardoor ik veel moest overgeven. Lydia scheurde als een kogel door de woestijn om mij zo snel mogelijk in Bamako te krijgen voor verkoeling en om eventueel een arts/ ziekenhuis op te zoeken. Het was heus een helse rit! Lydia je bent een held! Eenmaal in Bamako aangekomen zijn we naar een goedkoop jaren 60 hotel gegaan voor airco en een koude douche om goed af te koelen! Na een aantal dagen in de koelte ging het gelukkig beter. In dit hotel kwamen wij aan de praat met een fransman die veel kennis heeft van Afrika: zijn landen en bendes! Deze man adviseerde ons om nu niet door Nigeria, Niger en Tsjaad heen te rijden, vanwege het geweld in het noorden en de lokale bendes die er actief zijn die je uitleveren aan Al-Quida en de onrusten in de Niger-Delta. De plannen moeten dus gewijzigd worden.  Dus we zitten hier in Mali,  hooguit naar de kust naar Benin, of Togo en dan met de boot.  Een andere optie is nog om terug te rijden naar Dakar in Senegal en daar de auto op de boot  te zetten naar Dares salam in Tanzania en rijden dan onze tocht een beetje in andere vorm verder. U ziet het is een spannende tocht, en wij doen er alles om onze doelen te bereiken !

Nu wil ik graag even een paar mensen en bedrijven bedanken die ons enorm hebben geholpen, zoals: DPS-INTERNATIONAL , die de boortoren hebben gemaakt, hij  is echt SUPER !!!!!!!! Dank namens alle vrijwilligers van onze stichting en van alle mensen in en om het ziekenhuis in Banjelunding  in Gambia.

Nu gaan wij verder met de voorbereidingen voor het volgende stuk van de reis,  gelukkig worden wij geholpen door  DUTCH EQUIPMENT AND CRANES . Zonder deze mensen was/zou er niks  zijn gebeurd.  Ook wil ik nog even benadrukken dat we echt super hulp hebben gehad bij het slaan/boren van de put van : Ammadou ( the boss), Cris ( the engine ), Maffoe ( the great ), Mr elastic, en natuurlijk “THE DOC” , en the Boy’s from Kartong!! DANK!

Gouden tip voor de Stichting Steun en Opbouw Gambia:  Hardwerkende mensen kunnen niet schrijven! Jullie hebben een gouden team waar vele in Gambia jaloers op zijn!

Voor onze logies, was en maaltijden hebben wij gebruik kunnen maken  van “The Equator Lodge & Camping, door hier te verblijven steunden wij het ziekenhuis in Kartong (een gedeelte van de omzet gaat  naar het ziekenhuis toe) Ook hier hebben wij vrienden voor het leven gemaakt, Suleiman, Keta, en Mr Bossman dank u voor alle goede zorgen! Mensen ga hier rustig naar toe als u in Gambia bent, het is hier echt fantastisch!! Wat een natuur, tuinen (Keta’s garden), vriendelijke mensen en een topkeuken.

Zo dan is het nu weer tijd  om ons voor te bereiden op het volgende stuk.  We houden jullie natuurlijk op de hoogte van de reis en de spannende avonturen die wij zeker nog gaan beleven, het kan wel even duren voordat de eerste update weer komt. Ik kan er al een boek over schrijven,, misschien een idee voor de  StorytellingCompany!

Groetjes,
Floris


19 april 2010

Hier dan eindelijk weer een bericht uit gambia. Het is lastig om te emailen, want ik ben er een dag mee kwijt, dit komt doordat je langs een heleboel politieposten heen moet.
De laatste dagen is er hard gewerkt om de put af te krijgen, en nu is ie klaar!!

Er werd water aangetroffen op 21 meter diepte, er is toen verder geboord voor een ondergronds reservoir. Dit ging niet gemakkelijk, aangezien het water in een zandlaag zit, stortte de put steeds op 21 meter diepte in. Er is besloten om PVC Casing te gebruiken om de wanden te verstegen, wat een groot succes bleek. De put hebben wij daarna uitgeboord tot 28 meter, waardoor dus een reservoir is ontstaan van 7 meter. (Aanbevolen wordt 6 meter, maar 1 metertje extra vonden wij toch beter.) Het grondwaterniveau staat nu op het allerlaagste punt, in mei/juni begint het regenseizoen weer, dan zal er genoeg water zijn om de moestuin bij het hospital te voorzien van water. Het water hebben we natuurlijk ook meteen even geproefd, het is heerlijk koel zoet water !!!!

De mensen van de stichting Steun en Opbouw Gambia en het hospital zijn erg blij en trots dat ze een put hebben!  In de wijde omgeving is geen andere put, dit is de eerste in banjelunding. De waterput is voorzien van een dubbele casing ivm met de veiligheid van de diepwellpump die er nu ingeplaatst kan worden. Het is een gesloten put, er kan geen vuil in vallen, hierdoor blijft het dus een schone put. Ook tijdens het regenseizoen kan de put niet instorten ivm met de dubble casing die er nu inzit. Op de laatste dag is een betonnen voet geplaatst rond de pijp, dit zodat de pijpen vast blijven zitten en om het wat makkelijker te maken als ze de pomp plaatsen.

De mannen die zijn opgeleid door Floris, zijn nu even aan rust toe, het was een hele inspanning die ze hebben geleverd. (inclusief Floris!) Inmiddels hebben al diverse organisaties gemeld dat ze ook een put willen hebben cq kopen.
De mannen,  L-boy en Jacu gaan nu een bedrijfje opzetten zodat ze er geld mee kunnen verdienen en dat meer mensen de beschikking krijgen over een schone put.
Het plan van ons om met een eenvoudige manier van boren afrika te veroveren begint dus echt te lukken!!
Andere organisaties zoals unicef en peace core hebben we nu even te kakken gezet, aangezien zij niet konden geloven dat wij dit zo goedkoop konden doen. Gebleken is dat wij dat dus wel kunnen.
Tegen twijfelaars heb ik het volgende te zeggen: ga naar Gambia, rij naar Banjalunding hospital, loop naar de achtertuin, kijk en proef het zelf maar even!
Zien is geloven!!
Wij zijn erg blij met het eerst behaalde succes van de stichting, het grootste bewijs dat het kan.

De komende weken gaat Floris nu gebruiken om de auto na te laten kijken, er zijn wat kleine mankementen en in Afrika heb je wat langer de tijd nodig voor de auto een grote beurt heeft ondergaan. De volgende rit zal naar Uganda zijn, daarbij is het waarschijnlijk niet altijd mogelijk om te internetten, zodra wij iets kunnen laten horen, zullen wij dat hier weer melden uiteraard.

Kijk ook even naar de foto's, er zijn verschillende mensen die hebben meegeholpen, zelfs de dokter kwam nog een handje helpen. Op een andere foto is johann uit Denemarken te zien, hij was op vakantie in gambia met zn vriendin, maar wilde ons graag een dagje helpen.
hier deelt hij snoep uit aan de kids rond het hospital.

Groeten van Floris


18 maart 2010

Dinsdag 9 maart, met Langboy als tour operator een oriënterend bezoek aan het Banjulining Hospital, waar de eerste waterput word geboord. Daar aangekomen treffen we een zeer vriendelijke dokter in zijn spreekkamer, hij verwittigd onze contact persoon die na ongeveer 30 min zal arriveren. Ondertussen gaan wij het terrein zelf even bekijken. Het ziekenhuis ziet er erg leuk uit, niet groot, een wachtkamer buiten onder de veranda, een spreekkamer, een ruimte waar de zusters medicijnen verstrekken aan de patiënten, een zaal met 8 verschillende bedden en een verloskamer. We treffen wel een grote vuilnisbelt aan achter het ziekenhuis, Floris wil deze als eerste in gaan graven zodat ze hun afval in de grond kunnen verbranden.

We nemen foto’s en maken een filmpje. De eerste indruk is erg goed, alles ziet er netjes uit voor afrikaanse normen. Een mooie plaats voor de put heeft hij zo gevonden. Inmiddels is dhr. Amadoe gearriveerd, aardige man, hij en Floris spreken alles door terwijl we lekker buiten in het zonnetje staan. Grote mango bomen sieren de tuin. Ze spreken af dat Floris 16 maart gaat beginnen 12.00 uur. Goed vooruitzicht dus. Deze week afspraken gemaakt met Langboy om samen met Floris de put te gaan boren, hij was laaiend enthousiast! Hij is natuurlijk degene die voor betere prijzen materialen in kan kopen en ook beter weet welke wegen te bewandelen.

Op bezoek bij de Fam. Broos uit Oud–Gastel, deze mensen hebben zelf ook een stichting opgericht en wonen ong. 8 jaar in Gambia nu. Veel nuttige informatie meegekregen. Hele leuke vriendelijke mensen, waar Floris in geval van nood eventueel een beroep op zou kunnen doen. Er zijn foto’s van ons gemaakt door een Gastelse journaliste die toevallig bij hun op bezoek was, dus waarschijnlijk verschijnen we nog in Brabant in een plaatselijke krant, zou leuk zijn voor de kinderen van basisschool de Linde. En misschien dat daardoor nog enkele sponsoren zich geroepen voelen voor ons goede doel.

Verder cultuur gesnoven en geprobeerd om het strand iedere dag eventjes te zien. Restaurantjes uitgeprobeerd, sommige bevallen zeeeeer slecht, toch Floor? We maken soms uitstapjes met de nieuwe manager van Equator Lodge en ontdekken zo ook Gambia een beetje. ’s Avonds rond het kampvuur en flink insmeren tegen de muggen. We hebben nu wel een leuk netwerkje opgebouwd in het verre Gambia. Weekend rust genomen, heerlijk aan het strand. Floris had stiekem een afscheidsavondje geregeld met afrikaanse muziek en zelfgemaakte drankjes. Dit allemaal bij het kampvuur. Wat super lief van hem!! Dikke kus daarvoor en natuurlijk voor het hele avontuur!!! Het was in jouw woorden: TOPPIE!!!

Zondagnacht onderweg naar the airport, het was vreselijk stil in de auto..afscheid nemen is niet leuk. Dinsdag zijn Floris en Langboy de toren op gaan stellen bij het ziekenhuis en hebben hem aan elkaar gelast. Woensdag is de operatie van start gegaan en het boren gaat voortreffelijk, 2 METER IN 1,5 UUR!!!!!! De eerste meter was hard daarna was de grond kleiachtig. Iedereen was razend enthousiast! Vooral de bevolking andere NGO’s en goverment officials. Mr. Flo the waterman. Proficiat Floris, jammer dat de champagne op is, maar dan trek je maar een andere fles open.

Groeten van Lydia, uit Gambia.


8 maart 2010, Goes

Beste mensen,
Hier dan eindelijk het lang verwachte verhaal vanuit Gambia! We hebben tot nu toe een heel mooie tocht gehad, met veel avontuur! Het grote afscheid op zondag 14 februari jl. waarbij alle sponsoren, familieleden, vrienden en kennissen aanwezig waren was een GROOT succes!! Deze dag kregen wij namelijk te horen van onze grootste sponsor dat we de hele tocht konden maken, dit was namelijk tot op dat moment nog niet mogelijk en zou de tocht eindigen in Gambia. Het was een hele gezellige middag, lekker gegeten en gedronken, moeders bedankt daarvoor!!
Op de dag van vertrek hebben we de Rotary Club Goes de Bevelanden in Kortgene bezocht. We werden hier heel leuk ontvangen, hebben een topdiner gehad, zo zou iedere Rotary Club moeten zijn... Na het heerlijke diner en de voordracht afscheid genomen en in de auto gesprongen... Africa here we come!!!!!

De 3 daarop volgende dagen zijn we door Europa gereden. De auto doet het goed, ondanks het slechte weer. We hebben ongelooflijk veel bekijks

Na een prachtige boottocht vanaf Algeciras (Spanje) zijn we aangekomen in Afrika! En toen op naar Marrakesh! Onderweg zijn we veel schapen, koeien, geiten, ezeltjes en mensen tegengekomen. Ook hier veel regen en overstromingen, WAAROM GAAN WIJ WATER SLAAN IN AFRIKA was onze gedachten. Maar toen we later over het Atlas gebergte waren werd het ons weer duidelijk. In Agadir even een dagje rust genomen, waar we ‘s avonds een heerlijke fles wijn van Rotary Goes de Bevelanden hebben opengetrokken. Overigens hebben wij die nacht weinig geslapen wegens het vermoeden van poging tot inbraak in onze auto. Het is ze niet gelukt, want Lydia heeft de wacht gehouden.
Voordat we bij Mauritanië aankwamen hoorde we een zacht gerammel. Dit hebben we door een lokale jongen na laten kijken en een nieuwe originele Toyota lager in laten zetten. Dit was een halve dag werk en het kostte €46,-. Waar kan je dit nog doen voor dat bedrag?

In Dakhla zijn we 2 nachten gebleven omdat we nog wat aanpassingen aan de auto moesten doen voordat we de woestijn in konden rijden. Denk hierbij aan veel diesel inslaan en we hebben hier ook een custom made ijzeren kist op het dak laten lassen. Wederom voor een appel en een ei.
Toen door de douane tussen Marokko en Mauritanië. Wat een corrupte bende! Maar gelukkig hadden we hiervoor van een geliefde sponsor mooie overhemden gekregen, het werkte perfect!
Eenmaal in Mauritanië merkten we dat het nog niet helemaal veilig is, onderweg heel veel controle posten, maar met 100 km p/u door de woestijn gaat zelfs voor een rover/kidnapper te snel. Toen wegens vermoeidheid en onoverzichtelijke verkeersborden een afslag gemist en toch in Rosso aangekomen - waar we echt niet wilden zijn - de pont genomen naar Senegal. Dit was een gedeeltelijk nachtelijk en spannend avontuur, maar niet voor herhaling vatbaar aangezien hier veel gevaarlijke mensen rondlopen.
Die nacht uiteindelijk in St. Louis geslapen dit was de plaats waar we eigenlijk de pont wilden nemen. Senegal is het meest corrupte land dat we tot zover zijn tegengekomen. Hoewel de politie, douane en het leger allemaal een salaris krijgen, zijn het net allemaal kleine kinderen die alles van je willen hebben, zelfs de kleren aan je lijf. De bevolking is het hier ook niet mee eens.
Ons vertrek uit Senegal richting Gambia werd nog spannender! Inmiddels wisten we dat we de corrupte autoriteiten niet konden vertrouwen en dat werd nog een keer bevestigd. Lydia reed en werd aangehouden door een ambtenaar die uit was op geld. Helaas voor deze man, had Floris last van zijn maag en was niet in een vriendelijke stemming. Floris en Lydia wisselden van plaats en Floris gaf heel hard gas, de ambtenaar en een groep soldaten achterlatende. We begrepen wel dat dit misschien tot problemen zou kunnen leiden. Gelukkig kwamen wij ongeveer 1 km voor de grens een schooljongetje tegen die ons over een smokkelroute meenam naar Gambia. Dit scheelde ons een hoop ellende en veel $$$$$$.
’s Avonds zijn wij aangekomen bij de Equator lodge in Kartong, waar onze lokale vrienden Langboy en 24 ons met open armen stonden op te wachten. Wij kenden deze jongens nog van onze tocht in 2006 die gesponsord werd door Glope Events en gedurende de jaren hebben we altijd contact gehouden. De volgende ochtend wilde Floris samen met Langboy als gids geld gaan halen om bij een bekende douane ambtenaar de nodige stempels in ons paspoort te krijgen, zodat wij legaal in Gambia konden zijn.
Wederom een goede les geleerd… een klus van 1 uur kan in Afrika een hele dag duren! Toen Langboy en Floris na een dag van ongedane zaken richting de lodge reden werden zij aangehouden bij de laatste politiepost. Ze vroegen om de paspoorten en de stempels. Gelukkig kon Floris met zijn creatieve babbel uitleggen dat de paspoorten in de lodge lagen en dat hij ze zou gaan halen. PANIEK!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Gelukkig was de lokale contactpersoon van deze lodge bereid om ons te helpen, hij was namelijk zeer blij dat wij daar weer waren en wilde dat wij geen problemen hadden. Hij heeft toen alles voor ons geregeld en nu zijn wij legaal in Gambia.

Floris is even ziek geweest maar gaat komende week beginnen aan de waterput voor Stichting Steun en Opbouw Gambia. Lydia neemt eind deze week afscheid en vertrekt naar Nederland. Haar opvolgster kan wegens gezondheidsproblemen helaas niet deelnemen aan deze avontuurlijke reis. Daarom zijn wij nog naarstig op zoek naar een persoon die met Floris mee zou willen rijden van Gambia naar Uganda. Deze tocht zal ongeveer 6 weken duren en over ca. 6 weken plaatsvinden. Mocht iemand leuk vinden om mee te gaan/te helpen stuur dan een mailtje naar de stichting of gebruik het contactformulier op onze site.

Gezocht: een persoon die met Floris mee wil rijden van Gambia naar Ughanda!


22 februari 2010, Goes

Op 15 februari is de stichting Holland Water Goes Africa met twee man vertrokken richting Afrika, na een hele lange en spannende voorbereidingsperiode.
Op 14 februari is er door een aantal mensen afscheid genomen van de eerste mensen die richting Afrika gaan, Floris en Lydia.
Er zal een aantal keren wisseling van de bijrijder plaatsvinden, om te reizen maar ook tijdens de projecten om waterputten te boren.
De oversteek heeft ondertussen plaatsgevonden vanuit Spanje naar Marokko en ze rijden nu richting het mooie weer, tot nu toe hebben ze nog veel regen gehad, zoals wij hier in Nederland.

11 Januari 2010, Goes

Allereerst allemaal een ontzettend goed 2010 toegewenst namens iedereen van Stichting Holland Water Goes Africa!

De pasfotoauto is zo goed als klaar, de buitenkant is zo goed als klaar, met de pasfoto’s het laswerk en de dakkoffer erop is het een erg mooi gezicht! Begin februari 2010 is nu de planning om de pasfotoauto te laten vertrekken richting Afrika. Helaas hebben wij deze datum al een aantal maal moeten uitstellen, onder andere vanwege de financiën en vanwege omstandigheden in de landen waardoor we heen trekken in Afrika. Ondertussen is de stichting druk bezig om de laatste dingen te regelen, zoals hoe alles toch in de terreinwagen gaat passen, updaten van de website, alle benodigde inentingen te verkrijgen etc.. Ook is het zo dat de subsidie nog niet rond is, hij wordt opnieuw beoordeeld, wij hopen daar in februari goed nieuws over te krijgen!


Doneren mag altijd!
Stichting Holland Water Goes Africa
Rekeningnummer: 146 475 690